Producten Ons aanbod veiligheidsoplossingen
Sectoren Bedrijfseigen toepassingen
Toepassingen Specifieke en risicovolle activiteiten

Motivatiecampagnes

27-12-2011

 


100% VEILIG WERKEN
DOE JE ZELF!

We willen medewerkers bewust maken van de mate waarin het eigen gedrag en attitude de veiligheid op de werkvloer kan verhogen.

 


HANG NIET HET BEEST
UIT OP HET WERK!

We willen de  kwetsbaarheid van de werknemers aantonen door de vergelijking te maken met een aantal beschermende kenmerken van dieren die wij als mens “nabootsen” door middel van PBM’s.

 

 

 

Nieuwsberichten

Van CPR 15 naar PGS 15

(Gepubliceerd op 15-09-2009)

Nieuwe regels voor opslag gevaarlijke stoffen

Van CPR 15 naar PGS 15


Afgelopen zomer publiceerde de overheid een nieuwe richtlijn voor
de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen. Deze PGS 15 komt in de
plaats van de drie delen van de CPR 15. Waarom moest de CPR 15
worden vervangen en wat mogen we precies van de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen verwachten?
 

Op 28 juni organiseerde het ministerie van VROM,
mede namens de ministeries van SZW, V&W en
BZK, een bijeenkomst over gevaarlijke stoffen.
Hierop werd teruggeblikt op het tot stand komen
van de PGS 15, een nieuwe richtlijn voor de opslag
van verpakte gevaarlijke stoffen. Bovendien stelde
de Adviesraad Gevaarlijke Stoffen zich voor. De
presentatie aan het Plein in Den Haag was druk
bezocht, vooral door overheidsdienaren, adviseurs

De PGS 15 is een herziening van de CPR 15. Deze
laatste was tot voor kort een van de belangrijkste
richtlijnen voor arbodeskundigen die met gevaarlijke
stoffen, en de opslag daarvan te maken hebben.
De CPR 15 gaat over de opslag van gevaarlijke
stoffen in verpakking. Niet alleen laboratoria,
ziekenhuizen en apotheken hebben daarmee te
maken, maar ook bijvoorbeeld de bouw, de havens
en de land- en tuinbouw. In de CPR 15 staat gedetailleerd
beschreven hoe gevaarlijke stoffen moeten
worden opgeslagen. De richtlijn bestaat van oudsher
uit drie delen: CPR 15-1 (voor kleine hoeveel
heden), CPR 15-2 (voor grote hoeveelheden; vanaf
10 ton) en CPR 15-3 (voor bestrijdingsmiddelen;
vanaf 400 kg). In de PGS 15 zijn deze drie delen
geïntegreerd.

De PGS 15 is de eerste richtlijn in een nieuwe Publicatiereeks
Gevaarlijke Stoffen. Het is de bedoeling
van de overheid om ook de andere CPR-richtlijnen
onder te brengen in deze nieuwe publicatiereeks.
Nieuw aan deze reeks is dat de inhoud van alle publicaties
kan worden geraadpleegd via de website
van het ministerie van VROM en gratis kan worden
gedownload.

OVERLEGORGAAN

De CPR-richtlijnen verdwijnen omdat de CPR
(Commissie Preventie van Rampen door gevaarlijke
stoffen) intussen is opgeheven. In de jaren zestig
begon deze commissie als een overlegorgaan van
hoge ambtenaren uit verschillende ministeries. Aan
gevaarlijke stoffen kleven aspecten die onder ver
schillende ministeries vallen en dat vraagt om af
stemming. De risico’s van gevaarlijke stoffen zijn
immers niet beperkt tot het werken ermee. Stoffen
worden ook vervoerd, opgeslagen en als afvalstoffen
verwerkt. En als er iets mee misgaat, hebben
hulpverleningsorganisaties ermee te maken.

De CPR heeft veertig jaar bestaan en speelde in het
verleden een belangrijke rol in de beheersing van
zogenoemde majeure risico’s. In de eerste plaats
door het uitbrengen van stofspecifieke CPR-richt
lijnen. Daarnaast heeft de CPR de ontwikkeling
van de kwantitatieve risicoanalyse (QRA: Quanitative
Risk Analysis) in Nederland krachtig gestimuleerd.
De CPR was overigens altijd een kleine
commissie. Het eigenlijke werk werd gedaan in
subcommissies die, soms tijdelijk, door de CPR werden
ingesteld. Deze subcommissies ontwikkelden
de stofspecifieke richtlijnen en de rekenmodellen
voor risicoanalyse.

ENSCHEDE

Na de vuurwerkramp in Enschede van 13 mei 2000
werd bekend dat er bij bet ontplofte bedrijf al langere
tijd veel meer en veel zwaarder vuurwerk was
opgeslagen dan was toegestaan. Dat werd niet al
leen het bedrijf aangerekend. De commissie Oosting,
die de vuurwerkramp onderzocht, constateer
de dat er sprake was van veel ondeskundigheid bij
de overheid, een tekortschietende handhaving en
wijdverbreid bestuurlijk onvermogen. Het belang
rijkste verwijt was dat de CPR en de overheid te
weinig lering hadden getrokken uit de exposie die
in 1991 plaatsvond bij een vuurwerkfabriek in
Culemborg. Ook het functioneren van de CPR ontving
veel kritiek. De CPR werd bijvoorbeeld onvoldoende
ondersteund door de hogere ambtelijke niveaus
en beschikte over onvoldoende financiële
middelen. Daardoor ontbrak het de commissie aan
slagkracht en was er nauwelijks sprake van een integrale
aanpak. Bovendien was zij een ambtelijke
commissie, waardoor veiligheidskundige en politieke
afwegingen niet duidelijk waren gescheiden.
Een deel van deze kritiek was overigens eerder al
door de CPR zelf geuit.

De onderzoekscommissie stelde voor om een
onafhankelijke adviesraad op te richten. Het kabinet
volgde dat advies op. Op 1 juni 2004, ruim vier jaar
na de ramp, werden de leden van de adviesraad
benoemd. Volgens artikel 2 van de Wet Adviesraad
gevaarlijke stoffen heeft de raad tot taak om de
regering en de beide Kamers der Staten-Generaal te
adviseren over beleid en wetgeving inzake technische
en technisch- organisatorische maatregelen ter
voorkoming van ongevallen en rampen als gevolg
van bet gebruik, de opslag, de productie en het
vervoer van gevaarlijke stoffen…’

SCHEIDING

De instelling van de adviesraad brengt een scheiding
aan tussen enerzijds de technische inhoudelijke
advisering over wetgeving en richtlijnen en anderzijds
de belangenafweging — kosten, haalbaarheid,
handhaafbaarheid — die uiteindelijk leidt tot regelgeving.
Het al dan niet uitvaardigen van wettelijke
regels en richtlijnen en bet vaststellen van de in
houd daarvan, is immers een politiek proces.
Uit bet beleidsplan van de AGS blijkt dat de advies
raad zich gaat bezighouden met advisering op
verschillende niveaus: strategisch, tactisch en operationeel.
Bij dat eerste kan worden gedacht aan de
kennisinfrastructuur rond gevaarlijke stoffen en de
risico’s van het grootschalige gebruik van waterstof
als energiedrager. De adviezen op tactisch
niveau hebben bijvoorbeeld betrekking op de risico
analysemodellen. De operationele adviezen betreffen
de technische aspecten van de PGS-richtlijnen.
Het gaat dus om nogal wat adviezen die relevant
zijn voor bet thema arbeidsomstandigheden.

OPHEF

Tijdens bet korte functioneren van de adviesraad
ontstond er ophef over de rol van de raad. Vanwege
de overeenkomst tussen de afkortingen PGS en AGS
dachten sommigen dat de raad zich bezig ging
houden met het opstellen van de Publicatiereeks
Gevaarlijke Stoffen. Een situatie die haaks zou
staan op de aanbevelingen van Oosting en het
daarop gebaseerde kabinetsstandpunt. Een van de
belangrijkste boodschappen van de voorlichtings
bijeenkomst van VROM was dan ook: de adviesraad
adviseert, de overheid brengt richtlijnen uit. En zo
hoort het ook.

 

« Terug naar overzicht

 

Geef uw klantnummer, e-mailadres en paswoord in om aan te loggen:

 
 
 

Verkoopsvoorwaarden | Privacy | Disclaimer | Gebruik website | Best viewed in Internet Explorer 7 or higher, Mozilla Firefox, or other recent browser