Producten Ons aanbod veiligheidsoplossingen
Sectoren Bedrijfseigen toepassingen
Toepassingen Specifieke en risicovolle activiteiten
 

ADEMHALINGS­­BESCHERMING

Catalogi > Vandeputte Safety > ADEMHALINGS­­BESCHERMING

In onze productgroep ademhalingsbescherming vindt u een optimale bescherming voor elke werksituatie.

Bij de selectie stonden maximale veiligheid, draagcomfort en gebruiksduur voorop.

Ademhalingsbescherming is een vrij complexe materie, daarom raden wij u aan om in geval van twijfel contact op te nemen met onze experts. Zij helpen u graag bij het maken van de juiste keuze.


 

STOFMASKERS

Deze maskers zal men gebruiken wanneer men te maken heeft met stof, nevel en rook. De manier van filtering kan vergeleken worden met die van een zeef, hoe fijner de zeef, hoe beter de filtering. Lees meer

HYGIËNEMASKER

Deze maskers bieden geen adembescherming, ze dienen enkel ter bescherming van de te behandelen personenof producten. Lees meer

HALFGELAATSMASKERS

Er bestaan 2 soorten half- en volgelaatsmaskers: Lees meer

VOLGELAATSMASKERS

Er bestaan 2 soorten half- en volgelaatsmaskers: Lees meer

FILTERS

Er bestaan 2 soorten connecties voor filters: Lees meer

WERKEN MET MOTORUNITS

Dit zijn systemen waar de lucht wordt aangezogen door de filters met behulp van een ventilator. Motorunits elimineren zo ademweerstand en zijn geschikt voor baard- en brildragers. Lees meer

WERKEN OP PERSLUCHTNET

Bij deze toepassing zal men de lucht uit het persluchtnet gebruiken (na filtering volgens EN 12021) samen met een kap, masker of een masker met longenautomaat. Lees meer

LUCHTKAPPEN

Luchtkappen zijn steeds te combineren met motorunits of perslucht. Lees meer

DELEN PERSLUCHTAPPARAAT

Bij deze systemen zal de gebruiker ademlucht in flessen meenemen op de rug. Dit maakt dat de gebruiker autonoom is, nadeel is dat het maar om een beperkte luchtvoorraad gaat. Lees meer

VLUCHTEN

Vluchtapparaten worden gedragen om veilig uit een gevaarlijke zone te geraken na een calamiteit. Lees meer

VERSE LUCHTAPPARAAT

Verse luchtapparaten zijn systemen waarbij men door inademing zelf verse lucht zelf aanzuigt door een slang (beperkte lengte). Lees meer

TOEBEHOREN

Bent u op zoek naar toebehoren voor adembescherming, dan vindt u deze terug onder deze rubriek Lees meer

ONDERDELEN

Onderdelen voor adembescherming vindt u onder deze rubriek.

EN 136 - volgelaatsmaskers

EN 137 - perslucht toestel

EN 138 - zelfaanzuigende adembeschermingsmiddelen

EN 139 - slangentoestellen voor gebruik met half- of volgelaatsmaskers. vervangen
              door EN 14593-1:2005, EN 14593-2:2003 en EN 14594:2005

EN 140 - halfmaskers en kwartmaskers

EN 141 - gas- en combinatie filters. vervangen door EN 14387:2004 en
               EN 14387/a1:2008

EN 143 - deeltjes filters

EN 146 - aangedreven filters gecombineerd met helm of kap. vervangen
              door EN 12941:1998

EN 147 - aangedreven filters gecombineerd met volgelaat- halfgelaat- 
              of kwartmaskers. vervangen door EN 12942:1998

EN 148-1 - schroefdraad voor gelaatsstukken

EN 149 - filtrerende halfmaskers ter bescherming tegen deeltjes

EN 270 - slangentoestel met verseluchtkap. vervangen door EN 14593-1:2005,
              EN 14593-2:2003 en EN 14594:2005

EN 271 - slangentoestel met straalkap. vervangen door EN 14593-1:2005,
              EN 14593-2:2003 en EN 14594:2005

EN 371 - AX-filters tegen laagkokende koolwaterstoffen. vervangen door
              EN 14387:2004 + EN 14387/a1:2008

EN 402 - perslucht ademtoestellen voor vluchtdoeleinden

EN 403 - filtrerende toestellen met kap voor vluchtdoeleinden bij brand.

EN 404 - zelfredmiddel met filter en mondstukgarnituur tegen koolmonoxide

EN 529 - praktijkrichtlijn voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud van
              ademhaling beschermende middelen

EN 1146 - onafhankelijke ademluchttoestellen met kap voor vluchtdoeleinden

EN 1835 - slangentoestellen met helm of kap voor lichte werkzaamheden.
                 vervangen door EN 14593-1:2005, EN 14593-2:2003 en EN 14594:2005

EN 12021 - eisen aan perslucht voor ademhalingstoestellen

EN 12941 - aangedreven filters gecombineerd met helm of kap

EN 12942 - aangedreven filters gecombineerd met volgelaat-

EN 13794 - onafhankelijke kringlooptoestellen voor vluchtdoeleinden.
                   vervangt EN 400, EN 401, EN 1061

EN 14387 - gas- en combinatie filters

EN 14593-1 - slangentoestel voorzien van een ademhalingsautomaat en
                    volgelaatsmasker. vervangt EN 139, EN 270, EN 271,
                    EN 1835 en EN 12419 (samen met EN 14593-2 en EN 14594)

EN 14593-2 - slangentoestel voorzien van een ademhalingsautomaat en
                    halflgelaatsmasker. te gebruiken met overdruk. vervangt
                    EN 139, en 270, en 271, EN 1835 en EN 12419
                    (samen met EN 14593-1 en EN 14594)

EN 14594 - slangentoestel geschikt voor continu stromende samengeperste
                   ademlucht. vervangt EN 139, en 270, en 271, EN 1835 en EN 12419
                   (samen met EN 14593-1 en EN 14593-2)

- slijpstof
- vernevelde deeltjes bij verfspuiten
- schadelijke rook
- kankerverwekkende stoffen zoals asbest, kwarts enz.
- bacteriële infectie
- zuurstoftekort
- schadelijk gas
- besloten ruimten
- afbraakwerken
- behandeling van chemicaliën
- besmetting van patiënt of product
- brand
- insectbestrijding
- farmaceutische poeders
- loodstof
- kwik
- organische anorganische dampen
- laagkokende stoffen
- glasvezel
 

Waar staat de NPF of Nominale Protectie Factor voor?
De NPF of Nominale ProtectieFactor is de minimale bescherming waaraan een adembeschermingsmiddel moet voldoen volgens de Europese normering (voor elk type adembeschermingsmiddel verschillend). De NPF zegt iets over de efficiëntie van het totale adembeschermingsmiddel. Hoe lager de NPF, hoe inefficiënter het adembeschermingsmiddel of hoe groter de inwaardse lekkage van dit middel.

Deze waarden zijn waarden bekomen onder laboratoriumomstandigheden, vandaar dat sommige landen werken met een TPF of Toegepaste ProtectieFactor die gebaseerd is op werkpleksituaties (zie hiervoor nationale wetgeving). 

Praktisch voorbeeld: men moet werken in een omgeving waar er 150 ppm aanwezig is van product A, de grenswaarde of MAC (zie verder) van product A is 10 ppm, dit wil zeggen dat men een beschermingsmiddel moet kiezen waarvan de NPF hoger is dan 150/10 = 15.


Waar staat de TPF of toegepaste Protectie Factor voor?

De British Standard BS4275 gaat ervan uit dat de NPF bekomen in laboratoriumomstandigheden wel eens niet zou kunnen worden gehaald in werkelijke omstandigheden. De TPF getallen die worden vermeld in de BS4275 is de minimale protectie factor berekend voor 95% van getrainde dragers van het middel op de werkplek.

Deze TPF waarden zijn echter geen Europese wetgeving en geven slechts een indicatie. We verwijzen naar de locale wetgeving om te weten of men rekening moet houden met de NPF of de TPF van een adembeschermingsmiddel.
 

Wat is het verschil tussen onder- en overdruk in een masker of luchtkap?
Men spreekt van onderdruk wanneer de druk in het masker tijdens de inademing lager is dan de atmosferische druk. Bijna alle gebruikte adembeschermingsmiddelen kan men bij "onderdruk" indelen, zo bv. alle producten die gebruik maken van filters.

Men spreekt van overdruk wanneer tijdens de inademing de druk in het masker hoger blijft dan de atmosferische druk. Dit is altijd het geval bij werken met een longen- of ademautomaat, deze geven immers steeds 3,9mbar overdruk in het masker ongeacht of er een lek is of niet. Doordat er steeds overdruk is in het masker kan er zelfs door de kleinste gaatjes of lekken nooit verontreinigde lucht in het masker binnendringen.

Motoraangedreven producten en producten op perslucht hebben overdruk in het masker of de kap tot een bepaald luchtverbruik.  Zzijn de noden van de gebruiker te hoog of is er een grote lek in de kap bestaat het gevaar dat het debiet van de motorunit of het persluchtnet onvoldoende is en er alsnog onderdruk is in het masker of de kap.


Wat is MAC (Maximaal Aanvaardbare Concentratie) of BGW (Belgische Grens Waarde)?

Definitie: de grenswaarde is de maximaal aanvaardbare concentratie van een stof of een gas op de werkplaats. Dat wil zeggen dat de werknemer zijn hele werkcarrière lang gedurende 8 uur per dag (40 uur per week) in deze concentratie mag werken zonder dat dit gevolgen heeft voor de gezondheid of die van het nageslacht. Indien men onder deze grenswaarde blijft, dient men geen adembescherming te dragen.

Voor tal van stoffen heeft elke nationale overheid een lijst opgesteld met grenswaarden. Wordt meestal uitgedrukt in ppm of mg/m3. (10.000 ppm = 1 Vol %)
 

Kan adembescherming dragen in combinatie met gezichtshaar?
Behalve sommige luchtkappen voor motorunits of persluchtnet vereisen alle andere adembeschermingsmiddelen een contact met het gezicht. Dit veronderstelt dat de gebruiker glad geschoren is, zoniet kunnen baarden en snorren voor extra inwaartse lekkages zorgen bij stof-, half- en volmaskers.

Deze inwaartse lekkage doet de efficiëntie of de NPF van het beschermingsmiddel sterk dalen.


Hoe kan ik een fittest doen voor een stofmasker?

Om te bepalen welk stofmasker het meest geschikt is voor een bepaalde persoon kan men een eenvoudige fittest uitvoeren. De fittest bestaat uit een suikerige of bittere oplossing die wordt verspreid rond het masker. Kan men deze stof nog smaken dan dient men het masker beter op te zetten (neusbeugel aanpassen of hoofdbanden aanspannen) of een ander masker kiezen. Men kan ook de negatieve druktest doen (zie verder) maar die is bij stofmaskers minder efficiënt: bedek het stofmasker zo goed als mogelijk met je handen en adem in, indien je bijna geen lucht kan inademen past het stofmasker goed aan.


Hoe kan ik een fittest doen voor vol- en halfmaskers?

Om de dichtheid te testen van vol- en halfmaskers kan men gebruik maken van de negatieve druktest (zie ook in de handleiding). Bij de negatieve druktest gat men de filters of de aansluitingen van de filters bedekken en diep inademen, als het masker dan op het aangezicht wordt “gezogen” heeft men geen grote lekken aan de randen van het masker en past het masker goed aan, zoniet dient men het masket beter af te stellen of een ander type masker te kiezen.


Moeten adembeschermingsmiddelen onderhouden worden?

Volgens de Europese wetgeving i.v.m. PBM’s moeten PBM’s onderhouden worden en dus ook adembescherming. De meeste fabrikanten geven richtlijnen over hoe het product te onderhouden en met welke tijdsintervallen sommige onderdelen vervangen moeten worden.

Uiteraard is het aan te bevelen deze onderhoudsbeurten te volgen en deze uit te laten voeren door personen die zijn opgeleid door de fabrikant.


Wat zijn de beperkingen van werken met filters?

Men kan enkel overwegen om met filters (stof-, vol- en halfmaskers en motorunits) te werken als aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:

1. Zuurstof in de omgeving > 19 %
     Filters zorgen niet voor meer zuurstof! Onder dit volume zuurstof is er gevaar
     voor de gezondheid.

2. Concentratie < 0,5% voor klasse 2 gasfilters
     Klasse 2 filters kunnen efficiënt filteren tot een max. concentratie gassen
     en/of dampen van 0,5% of 5000 ppm mits inachtneming van de NPF
     masker/filtercombinatie 

3. Concentratie < 0,1% voor klasse 1 gasfilters
     Klasse 1 filters kunnen efficiënt filteren tot een max. concentratie gassen/dampen
     van 0,1% of 1000 ppm mits inachtneming van de NPF masker/filtercombinatie

4. Reukgrens < grenswaarde
     De enige manier om te weten of een gasfilter is verzadigd, is de gevaarlijke stof
     te ruiken of te proeven. Indien dan de reukgrens (moment waarop men een stof
     ruikt) van dezestof gelijk aan of boven de grenswaarde ligt, zou dit willen zeggen
     dat men reeds een concentratie heeft bereikt die schadelijk is voor de gezondheid
     op het moment dat men de stof ruikt (zie ook verder grenswaarde). 

5. Grenswaarde > 10 ppm
     PPM staat voor « Part Per Million » ofwel aantal deeltjes op 1 miljoen deeltjes.
     Indien een stof reeds als gevaarlijk wordt beschouwd vanaf 10 deeltjes op
     1 miljoen deeltjes, wil dit zeggen dat het om een zeer gevaarlijke stof gaat en
     zal er voor bescherming onafhankelijk van de omgeving moeten worden gekozen
     (dit is een vuistregel). 

6. Geen besloten ruimte
    In een ruimte die gecatalogeerd wordt als besloten ruimte zijn de omstandigheden
    instabiel en niet te voorspellen. Zuurstofgehalte en concentratie gevaarlijke stof
    kunnen sterk variëren, vandaar dat men bescherming onafhankelijk van de
    omgeving dient te gebruiken. 

7. Geen anomale substanties
     Dit zijn stoffen die onvoldoende kunnen worden afgevangen door de actieve
     kool die zich in gasfilters bevindt.

8. Geen ongekende substanties of mengsels
     Uiteraard dient men de stof te kennen om de juiste filterkeuze te kunnen maken.
     Mengsels kunnen andere eigenschappen vertonen dan hun afzonderlijke
     bestanddelen en zijn daarom vaak onbekenden naar filterkeuze toe.


Waar kan ik stoffilters inzetten?

Bij schadelijke stoffen die voorkomen in de volgende vormen:

1. Stof: ontstaat als vaste materialen vergruisd worden , algemeen kan men
     stellen dat hoe kleiner het stof hoe gevaarlijker.

2. Nevel (of mist): ontstaat over het algemeen door condensatie van materiaal
    bij kamertemperatuur, en door het opwervelen of verspuiten van een vloeistof.

3. Rook: ontstaat in de regel als vaste materialen onder inwerking van grote hitte
    ontleed worden.


Hoe werkt een stoffilter?

Stoffilters zijn mechanische filters, ze werken m.a.w. als een zeef. De filterlaag is immers opgebouwd uit kleine draadjes polipropyleen. Om de efficiëntie van het filter te verhogen kan men dit polipropyleen bewerken of elektrisch opladen zodat stofdeeltjes nog beter worden aangetrokken. Hoe dichter de filter hoe hoger de efficiëntie maar hoe hoger ook de inademweerstand (ademen door een kleine zeef).

Vandaar dat hoe groter het stofmasker of filteroppervlak is men toch nog een grote efficiëntie kan behouden met een relatief lage inademweerstand.


Wanneer zijn stoffilters verzadigd?

Gezien stoffilters werken volgens het principe van een zeef zal het masker of de filter verzadigd zijn als de de zeef bijna vol is, m.a.w. als de inademweerstand toeneemt zal men het stofmasker of de filter moeten vervangen. Wanneer dit moment komt hangt af van verschillende factoren die voor elke toepassing anders zijn: 

 - concentratie van de verontreiniging
 - ademsnelheid
 - omgevingstemperatuur
 - relatieve vochtigheid
 - hygiënefactoren
 - grootte van het filteroppervlak

Een voorbeeld: een werknemer die in een hele warme, stoffige omgeving werkt, zal mogelijk 's middags al van stofmasker wisselen in plaats van de hele dag hetzelfde stofmasker te dragen.
 

Welke verschillende markeringen zijn mogelijk op een stofmasker?
Alle stofmaskers dienen getest te worden volgens de normering EN149:2001 of volgens de oude versie van deze norm EN149:1991 (niet meer voor nieuw op de markt gebrachte stofmaskers na 1991).

FFP: Filtering Face Piece
 - 1, 2 of 3: aanduiding van de klasse van het stofmasker (zie verder)
 - S en/of L: Solids (vaste deeltjes) en/of Liquids (nevel), enkel van toepassing voor
    maskers die nog gekeurd zijn volgens oude norm EN149:1991. In de nieuwe norm
    zijn deze samengevoegd en bieden alle maskers bescherming tegen vaste en
    vloeibare deeltjes.
 - D: stofmaskers volgens de nieuwe norm EN149:2001 kunnen worden onderworpen
   aan de “clogging” test. De beproeving geschiedt met dolomietstof van een
    vastgestelde samenstelling. Maskers die de test doorstaan krijgen de extra
    markering “D” en mogen meer dan 1 shift worden gebruikt.
 - V: onofficiële markering die aangeeft of er een uitademventiel aanwezig is of niet,
    dit is echter altijd het geval bij de P3 klasse

Voorbeelden: FFP2DV,  FFP3V,  FFP1SL
 

Kan ik stofmaskers meerdere malen gebruiken?
Wegwerp stofmaskers zijn in principe slechts één keer te gebruiken. Maskers met de vermelding “D” hebben echter de dolomiettest ondergaan en kunnen meer dan één keer worden gebruikt.


Welke klasse stofmasker moet ik kiezen?

De te kiezen klasse hangt af van de de grootte van de deeltjes en de eigenschappen ervan.

Indeling Bescherming tegen
 P1/FFP1  Inert stof, rook en nevel die geen verandering teweegbrengen in de structuur van de ademhalingswegen. Stofklasse 2a. Grenswaarde  10mg/m³
 P2/FFP2 Schadelijk stof, rook en nevel die ademhalingswegen kunnen aantasten. Stofklasse 2b. Grenswaarde tussen 10mg/m³ en 0,1mg/m³
 P3/FFP3 Hogere concentraties schadelijk stof, rook en nevel die ademhalingswegen kunnen aantasten. Stofklasse 2b. Grenswaarde tussen 10mg/m³ en 0,1mg/m³
 P3* Hoog toxisch stof, rook en nevel die opgenomen kunnen worden in het bloed: deeltjes van kankerverwekkende stoffen, deeltjes van radioactieve stoffen, bacteriën, virussen, enzymen en sporen. Stofklasse 2c. Grenswaarde  0,1mg/m³

  P = stoffilter gemonteerd op halfmasker / FFP = wegwerpstofmaskers
  * = volgelaatsmasker met P3 stoffilter


Waar kan ik gasfilters inzetten?

Bij schadelijke stoffen in de voorkomen in de volgende vormen:

1.gassen: gasfase van een stof met een kookpunt lager dan 20 °C, deze kunnen
    zich snel over grote afstanden verspreiden.

2. dampen: dit is een gasvormige toestand van stoffen, die bij kamertemperatuur
    nog gedeeltelijk vloeibaar of vast zijn.


Hoe werkt een gasfilter?

Bij een gasfilter de onreinheden kunnen op 2 manieren worden tegengehouden:

1. adsorptie:  Hierbij slaan de gassen en dampen neer op de actieve kool zonder
    dat er een chemische binding plaatsvindt.

2. chemisorptie: Hierbij werkt men met geïmpregneerde actieve kool. Er heeft een
    chemische reactie plaats tussen gas of damp en het voor de impregnatie gebruikte
    product. Afhankelijk van het te filteren gas of damp kan men als grondstof
    volgende producten aantreffen: geactiveerde koolstof, zeer poreuze
    koolstof (1000 m²/g), gemaakt uit hout of kokosschalen of olijfpitten, chemisch
    of thermisch geactiveerd (700 °C), geïmpregneerd met chroom, koper, zilver,…

 


Wat zijn de verschillende markeringen op een gasfilter?
De indeling van de gasfilters is tweeledig, eerst waartegen ze beschermen en dan naargelang de opnamecapaciteit.

kenletter kleur  bescherming tegen
A bruin  organische gassen en dampen, oplosmiddelen met kookpunt hoger dan 65°C
B grijs  anorganische gassen en dampen
E geel  zwaveldioxide en waterstofchloride
K groen  ammoniak en organische ammoniakderivaten
AX bruin  organische gassen en dampen met een kookpunt lager dan 65°C
Hg-P3 rood/wit  kwikdamp
CO zwart  koolmonoxide
NO-P3 blauw/wit  nitreuze gassen en dampen
Reactor P3 oranje  radioactieve iodines
 
gasfilterklasse  concentratie (max.) van schadelijk gas in de lucht
1  0,1 Vol% (1000 ppm)
2  0,5 Vol% (5000 ppm)

* de gasfilterklasse is steeds terug te vinden na de letter(s) in de filteromschrijving, bv. A1, ABEK2, …

Opmerking: Bij gebruik van gasfilters op een motoraangedreven systeem verandert de opnamecapaciteit! Deze zuigen immers een vrij groot debiet lucht door de filters waardoor de filters minder kans krijgen om te filteren. 

gasfilterklasse concentratie (max.) van schadelijk gas in de lucht
1  0,05 Vol% (500 ppm)
2  0,1 Vol% (1000 ppm)


Wat is de functie van een uitademventiel?

Een uitademventiel bij een masker heeft meerdere comfortverhogende functies: uitademweerstand verkleinen, CO2 gehalte verkleinen binnenin het masker en temperatuur en vochtigheid verminderen binnenin het masker. Stofmaskers met een ventiel worden soms aangeduid met de letter “V”, half- en volgelaatsmasker hebben dit meestal standaard.


Heeft het gebruik van motorunits invloed op de capaciteit van gasfilters?

Bij gebruik van gasfilters op een motoraangedreven systeem verandert de opnamecapaciteit! Deze zuigen immers een vrij groot debiet lucht door de filters waardoor de filters minder kans krijgen om te filteren.

gasfilterklasse  concentratie (max.) van schadelijk gas in de lucht
1  0,05 Vol% (500 ppm)
2  0,1 Vol% (1000 ppm)


Wat is het effect van de totale draagtijd op de efficiëntie van de filter?

Het “even” niet dragen van een adembeschermingsmiddel in een verontreinigde omgeving heeft een enorm effect op de efficiëntie van het middel gezien over de ganse draagtijd.  Voorbeeld: een stofmasker klasse 1 met een NPF van 4 dat op 8u draagtijd 1u niet wordt gedragen doet de NPF zakken met 28, waardoor de bescherming zodanig daalt alsof men het masker helemaal niet zou hebben gedragen (4-28).
 

Wanneer zijn gasfilters verzadigd?
De levensduur van een gasfilter is afhankelijk van volgende factoren die verschillend zijn in elke toepassing:

1. De levensduur van een filter is omgekeerd evenredig aan de ademsnelheid van de drager. Een verdubbeling van de ademsnelheid zal de levensduur van de filters halveren.

2. Concentratie van de verontreiniging of de combinatie van de verontreinigingen.
De levensduur is omgekeerd evenredig aan de concentratie van de verontreiniging. Een hogere concentratie betekend een kortere levensduur. Een combinatie van verontreinigingen zal de levensduur van filters bekorten, in het algemeen zelfs meer dan som van de afzonderlijke resultaten van de verontreinigingen.

3. Relatieve vochtigheid: In situaties met een hoge luchtvochtigheid zal de waterdamp in de lucht strijden met de gassen en dampen om een plekje in de ultra fijne kanalen van het actieve kool. Daar waar het water zich heeft genesteld kunnen geen gassen en dampen een plekje innemen, hierdoor is de overgebleven capaciteit voor gassen en dampen verkleind en dientengevolge de levensduur van het filter bekort. Onder de 50% is dit verwaarloosbaar, boven de 65% zal een grotere relatieve vochtigheid de levensduur in toenemende mate bekorten.

4. Omgevingstemperatuur: De levensduur van een gas/dampfilter wordt met 1-10% bekort voor elke 10 graden Celsius temperatuursverhoging. In een hogere temperatuur zijn gassen immers vluchtiger waardoor ze moeilijker zijn af te vangen.

5. Fysische eigenschappen van de verontreiniging: Elke gas/damp heeft een verschillende adsorptie eigenschap met betrekking tot de hechting aan actieve kool of enige andere sorbent.

6. Filterafmetingen: De levensduur van een filter hangt rechtstreeks af van de gebruikte hoeveelheid actieve kool in het filter. Een verdubbeling van de hoeveelheid bruikbare actieve kool zal in het algemeen ook de levensduur verdubbelen.

De vraag hoe lang een filter meegaat kan dus pas beantwoord worden nadat alle bovenstaande factoren bekend zijn. Aangezien dat vaak onmogelijk of niet bekend is wordt vaak geadviseerd om het filter te vervangen indien geur of smaak in het masker waargenomen wordt. Deze methode kan echter uitsluitend worden aanbevolen als de reukgrens van de verontreiniging onder de MAC-waarde ligt.


Wat is de functie van een binnenmasker bij volmaskers?
Het binnenmasker bij een volmasker zorgt ervoor dat de dode ruimte in het masker zo klein mogelijk blijft. De dode ruimte in een masker is de ruimte waar uitgeademende lucht terecht komt. Deze uitgeademende lucht bevat echter CO2 die bij langdurige werkzaamheden of bij een slechte afvoer van de uitgeademende lucht kan zorgen voor een suf gevoel of hoofdpijn.


Waarom is er een verschil in NPF tussen een volmasker met P3 filter en een halfmasker of stofmasker met dezelfde stoffilters?
Een volmasker heeft een betere randaansluiting vergeleken met die van een halfmasker of stofmasker en geeft door de lagere randlekkage een hogere bescherming. De formule voor de berekening van de NPF is: 100/Totale Inwaartse Lekkage (T.I.L.) .De Totale Inwaartse Lekkage is de som van de filterlekkage + randlekkage van het masker en die laatste is dus kleiner bij volmaskers.


Kan ik een correctiebril dragen onder een volmasker?

Onder een volmasker kan men geen gewone correctiebril dragen, de oorveren zouden immers voor een enorme randlekkage zorgen. Wel hebben nagenoeg alle baskerfabrikanten monturen die in het masker passen en kunnen worden uitgerust met correctieglazen. Er bestaan ook merkoverschrijdende modellen met zeer dunne oorveren die niet voor grote randlekkage zorgen en die dus toelaten 1 bril met verschillende merken van masker te combineren.


Kan men nog verstaanbaar communiceren met een volmasker?

Sommige maskers zijn uitgerust met een spreekmembraan dat de trillingen van het geluid beter overbrengt. Dit komt uiteraard de verstaanbaarheid ten goede.


Waarom voor motoraangedreven toestellen gebruiken i.p.v. masker met filters?

Men zou kunnen kiezen voor producten die bestaan uit een motorunit in combinatie met een kap of masker omwille van:
1. Betere bescherming
2. Comfortabeler voor langdurige werkzaamheden, geen inademweerstand
3. Verschillende kappen beschikbaar (combinatie andere PBM’s, helm, tyvek, …)
4. Economische reden indien er een groot verbruik is van wegwerp maskers


Waarom moeten batterijen volledig opgeladen en ontladen worden?

Opdat de batterij optimaal zou kunnen blijven functioneren, moet die volledig opgeladen en ontladen worden. Gebeurt dat niet, dan zorgt dat voor een geleidelijke opbouw van een zogenaamd "geheugeneffect" die het vermogen van de batterij zal verminderen. Dat probleem is te omzeilen indien er voor die batterij een intelligente batterijlader beschikbaar is. Deze beschikken over een functie om een gedeeltelijk geladen batterij volledig te ontladen alvorens de laadcyclus te beginnen; dit voorkomt het "geheugeneffect", met als gevolg het behoud van de gebruiksduur van de batterij.


Kan ik perslucht uit het bestaande persluchtnetwerk gebruiken voor adembescherming?

Neen, tenzij het persluchtnetwerk voorzien is van lucht uit een ademluchtcompressor. Meestal komt de lucht echter uit een bedrijfscompressor die lucht levert voor gereedschappen, deze lucht is echter niet geschikt als ademlucht volgens de norm EN12021. Om van perslucht ademlucht te maken dient men tussen de compressor en de persoon nog een filterunit te plaatsen. Deze filterunit laat toe de druk in te stellen en filtert stof- en oliedeeltjes uit de perslucht om er zo ademlucht van te maken.


Wat is de functie van een longen- of ademautomaat?

Een longen- of ademautomaat zorgt ervoor dat er in het masker steeds 3,9mbar overdruk is, ook in de inademfase of mochten er grote lekken in het masker zijn. Deze overdruk zorgt ervoor dat er geen verontreinigde lucht van buiten naar binnen kan komen. Mechanisme werkt op basis van veren en communicerende vaten.


Kan ik de aangevoerde lucht verkoelen of verwarmen?

Vaak moet men werken in koude of warme omstandigheden of is de aangevoerde perslucht soms te koud of te warm. Daartoe is het mogelijk deze lucht te verkoelen of te verwarmen m.b.v. een vortex (verkoelen) of een vortemp (verwarmen). Afhankelijk van het merk zijn deze 2 in 1 of apart te verkrijgen. Koeling of verwarming kan oplopen tot een verschil van 25°C.


Wanneer kiezen voor bescherming met perslucht?

Als men niet kan voldoen aan de voorwaarden voor het gebruik van producten met filters (zie vroeger). Of uit economische of comfortredenen, werken met perslucht kan immers goedkoper of aangenamer zijn dan werken met filterproducten.


Wat moet ik rekenen als luchtverbruik per persoon?

Onderstaande tabel geeft een idee van het luchtverbruik van een persoon. Hou hiermee rekening bij het berekenen van benodigde compressorcapaciteit of benodigde inhoud van persluchtfles afhankelijk van de werkzaamheden en het aantal aan te sluiten personen.

Welke bescherming moet ik dragen bij verwijdering van Asbest?
Bij intensieve asbestverwijdering dient men minstens een volmasker te dragen met een P3 filter of een motorunit met P3 filters en volmasker. Bij het betreden van een ruimte met weinig asbest die men niet gaat verwijderen zou men kunnen kiezen voor een P3 stofmasker maar is eigenlijk af te raden gezien de hoge kankerverwekkende eigenschappen van asbestvezels. In sommige landen is de bescherming tegen asbest wettelijk vastgelegd, we verwijzen hiervoor dan ook naar de lokale wetgeving.


Welke bescherming moet ik dragen bij vrijkomen van ammoniak?

Ammoniak in vloeibare vorm (bv. voor koelinstallaties) heeft de eigenschap zeer snel te verdampen en zich te verspreiden in de ruimte waardoor er reeds zeer snel een hoge concentratie ontstaat in die ruimte. Bovendien is ammoniak ook schadelijk voor de huid. Deze 2 factoren zorgen ervoor dat je slechts in vluchtsituaties gebruik zou kunnen maken van een ammoniak filter, voor interventie en werksituaties moet er steeds gebruik worden gemaakt van een gaspak en omgevingsafhankelijke adembescherming (persluchttoestel).


Welke bescherming moet ik dragen bij schilderwerken met oplosmiddelen?

Voor verven die organische oplosmiddelen bevatten met een kookpunt >65°C dient men een filter te gebruiken van het type A, naargelang de concentratie (zie vroeger) dient men te kiezen voor een A filter klasse (A)1 of (A)2. Meestal is een halfmasker voldoende tenzij men oog- en adembescherming in 1 wil, dan kan men ook kiezen voor een volmasker wat tevens een betere adembescherming geeft (hogere NPF). Indien de de verf wordt verneveld met een pistool dient men zich ook nog eens te beschermen tegen deze nevel en dient men een stoffilter P2 te voegen bij de gasfilter A1 of A2. Mensen die zich niet beschermen tegen oplosmiddelen maken grote kans op latere leeftijd aan het OPS syndroom te lijden.


Welke bescherming dien ik te dragen bij laswerkzaamheden?

Dit is sterk afhankelijk van het gebruikte lasprocédé en van het te lassen materiaal. In de meeste gevallen is een stoffilter P2 voldoende. Dit kan in de vorm van een stofmasker of in de vorm van een laskap met motorunit. Voor aluminium, roestvrij staal en alle materialen die zijn gereinigd of geschilderd met solventen voor het lassen dient er ook nog een gasfilter te worden gebruikt indien er onvoldoende afzuiging is voorzien, soms moet er in deze gevallen zelfs met perslucht worden gewerkt. In sommige landen is de bescherming tegen lasrook wettelijk vastgelegd, we verwijzen hiervoor dan ook naar de lokale wetgeving. Er zijn speciale lasrookmaskers die beter bestand zijn tegen lasspatten en die soms nog een laagje actieve kool hebben tegen slechte geuren.


Komt er formaldehyde vrij wanneer MDF hout wordt gezaagd of gefreesd?

Uit onlangs uitgevoerde onderzoeken met betrekking tot MDF bewerkingen werd geconcludeerd dat deze bewerking even veel of even weinig gevaar inhoudt als de bewerking van andere houtsoorten. Kortom, formaldehyde hoeft hier niet als een probleem beschouwd te worden. Een P2 stofmasker of filter is de minimaal aanbevolen bescherming voor het zagen of frezen van MDF in geventileerde werkplaatsen.


Welke bescherming moet ik dragen tegen CO of uitlaatgassen?

In verbrandingsgassen zitten doorgaans koolstof- en stikstofoxiden die niet weg te filteren zijn. Bovendien is CO reuk- en smaakloos wat het een zeer gevaarlijk gas maakt. Er zijn enkele speciale filters met katalysatoren op de markt die de CO wel kunnen afvangen maar zelfs met deze filters moet men nog steeds bijkomende maatregelen nemen tijdens het werken in een omgeving met CO zoals permanente CO-detectie. Enkel in vluchtsituaties zou men beroep kunnen doen op CO-filters, steeds in combinatie met een volmasker. Voor alle andere toepassingen dient men in de regel gebruik te maken van systemen met luchttoevoer of met persluchtflessen, m.a.w. omgevingsonafhankelijk.

 

 

Geef uw klantnummer, e-mailadres en paswoord in om aan te loggen:

 
 
 

Verkoopsvoorwaarden | Privacy | Disclaimer | Gebruik website | Best viewed in Internet Explorer 7 or higher, Mozilla Firefox, or other recent browser